Vademecum

Vademecum van historische begrippen uit het gebied van Vleuten, De Meern en Haarzuilens

 

WEGEN                                                                              Uitgangspunt is de kaart van de provincie Utrecht uit 1862

Alendorperweg: Weg van zeer oude oorsprong. Staat op de kaart van 1862 vermeld als Alendorperdijk. Dijk heeft in de streek rond Vleuten-De Meern vaak de betekenis van weg. Loopt door het voormalige akkerbouwgebied op de stroomweg van Vleuten, het voormalige tuinbouwgebied.

Bochtdijk:  Deze weg is ten tijde van de herbouw van het kasteel de Haar enigszins recht getrokken. De ontginningsbasis van de Hoge Haar liep ongeveer op deze plaats. Het Oostelijk gedeelte heete vroeger Haardijk.

Burg. Verderlaan: Oorspronkelijk was deze weg een overpad t.b.v. de eigenaar en huurder van hofstede het Strijland (gemeente Utrecht). Tot 1938 bleef de weg een particuliere tolweg. Vanaf ca. 1800 toen de R.K. kerk in Oudenrijn werd gebouwd was de Burg. Verderlaan een kerkweg lopend van de Hoge Weide tot de Leidsche Rijn.

Dorpsstraat: Van zeer oude oorsprong. Interlokale weg over de stroomrug, volgt de loop van de Vleuter Wetering. De pastoor Ohllaan heette vroeger ook dorpsstraat, voor de aanleg van de Hindersteinlaan in de jaren ’60.

Eikslaan: Op de kaart van 1862 aangegeven als voetpad, zonder naam. Genoemd naar het laat-middeleeuwse huis den Eyk, dat op deze plaats gelegen was.

Eikstraat: Was vroeger een gedeelte van van de Ockhuizerlaan, waarvan een deel is verdwenen bij de herbouw van kasteel de Haar. Aan de Eikstraat ligt de zestiende/zeventiende eeuwse boerderij “de Koningshof”.

Enghlaan: Het oude toegangspad naar de laat-Middeleeuwse ridderhofstad den Engh. Dit pad liep door tot aan de Utrechtseweg, maar is uiteengevallen in twee delen door de aanleg van de spoorweg Utrecht-Rotterdam. De Englaan loopt met een bocht om het oude riddermatige goed heen en komt uit op de Thematerweg.  Hier staat een paal, die herinnert aan de tijd dat het kasteel ook aan de deze zijde zijn eigen “toepad” had.

Esdoornlaan: Van oorsprong een dijk. Op de kaart van1862 aangegeven als voetpad zonder naam langs de Alendorper Wetering. Op een kaart uit 1952 heet de weg Prinses Beatrixlaan.

Europaweg: Volgt een gedeelte van het tracé van de vroegere Krogtdijk, de verbindingsweg mat De Meern. Sterk verbreed

Groenedijk: Heerweg, van middeleeuwse oorsprong. Oude verbindingsweg tussen Utrecht en Gouda. De Groenedijk was de oudste Rijndijk. Op de kaart van Bernhard de Roy uit 1956 uit 1696 vermeld als “den Achterdijk”. Het profiel is nog gaaf en de weg is omzoomd door wilgen en populieren.

Haarpad: Kerkepad van Haarzuilens naar de kerk in Vleuten, van zeer oude oorsprong. Op de 17e eeuwse kaart van Bernhard de Roy vermeld als “out santpad”. Een gedeelte van het Haarpad is verdwenen in de jaren ’60 door de aanleg van de nieuwbouwwijk “Nieuwe Vaart” en het nieuwe dorpsplein. Het landelijk gedeelte is echter nog behouden en is cultuur-historisch van groot belang.

Haarlaan: Heette vroeger Haarsteeg. Verbindingsweg van Vleuten met het dorp Haarzuilens.

Haarlaan: Toegangsweg naar ridderhofstad Den Ham. Liep vroeger door tot ’t Hoog.

Den Hamstraat: Volgt een gedeelte van het tracé van de vroegere Achterdijk. De Achterdijk, van oorsprong een oude Rijndijk, liep door tot ’t Hoog, maar het grootste gedeelte verdween tijdens de ruilkaveling in de jaren ’50. Het aanzien van de Den Hamstraat herinnert aan niets aan dat van de Achterdijk, een smalle weg omzoomd door knotwilgen en hakhout.

Heycopperkade: (Waarschijnlijk) de achterkade van de polder Heycop, daterend uit de 12e of 13e eeuw. De ligging is sterk verstoord door de aanleg van Rijksweg 12 in 1939.

Hindersteinlaan: Het gedeelte van de pastoor Ohllaan tot de spoorweg is een deel van de interlocale weg over de stroomrug. Zie Dorpstraat. Het andere gedeelte van de Hindersteinlaan is nieuw en aangelegd in de jaren ’60. De naam is afkomstig van de verdwenen boerderij “Hinderstein”.

’t Hoog: De naam duidt op de hoge ligging van dit gebied. Hier, bij de Hamsluis, stond de oude R.K. kerk gebouwd in 1714 en afgebroken in 1887. Uit alle richtingen liepen wegen en paden naar deze kerk. De situatie is stek veranderd tijdens de ruilverkaveling. Voor de bouw van de kerk heette dit stuk land de Sluysterskamp, het werd al vermeld in 1409.

Joostenlaan: Was in 1862 nog een voetpad. Vroeger ook wel Groenenlaan genoemd.

Kantonnaleweg: Verbindingsweg met Maarssen, aangelegd in de Franse tijd. Interlokale weg; in Vleuten werd het weggedeelte lopend van Maarssen tot de grens met Harmelen destijds Kantonnaleweg genoemd (d.w.z. de huidige Kantonnaleweg. Hindersteinlaan. Pastoor Ohllaan, Dopstraat, Parkweg).

Lagehaarsedijk: Ontginningsbasis van de polder de Lage Haar. Deze polder werd ook wel Hareveld genoemd en is een restontginning. Op de Lagehaarsedijk ontstond het buurtschap de Lage Haar, Vanaf de dijk werd naar twee kanten ontgonnen.

Meentweg: Op de kaart van 1862 vermeld als de Meent. Werd ook wel zwarte weggetje genoemd, aangezien het vaak bestrooid was met kolengruis. Aan de oostkant lag vroeger de Rode Molenvliet, die echter in 1950 is gedempt. Tegenwoordig vormt de Meentweg de oostrand van het dorp De Meen.

Meerndijk: Werd vroeger Merendijk genoemd. Voor het eerst vermeld in 1279. De Meerndijk is gelegen tussen de noordelijke oeverwal van de Hollandse IJssel en de hoge gronden van De Meern. Bij de aanleg werd het kortste tracé gevolgd zodat de al bestaande kavels schuin werden doorgesneden. De Meerndijk is een zogenaamde Slapersdijk; een dijk aangelegd om de ten westen hiervan gelegen gronden te beschermen tegen overstromingen van de Lek of IJssel. Het oude karakter van de dijk is in de bebouwde kom van De Meern door wegverbreding totaal verdwenen.

Ockhuizerweg: Een groot gedeelte van de oude Ockhuizerlaan is verdwenen bij de herbouw van het kasteel de Haar (zie Eikstraat). Het noordelijke gedeelte van de huidige Ockhuizerweg met de boerderijstrook was in 1362 al aanwezig. Deze laatste vormde de ontginningsbasis van de restontginning Ockhuizen. Vanouds kwam alleen bewoning voor op de kop van de kavels d.w.z. aan de noordkant van de weg. Het oude profiel van de weg is hier nog gaaf en de weg  is aan beide zijden begroeid met knotwilgen.

Odenveltlaan: Alleen het gedeelte tussen de Dorpsstraat en de Stationsweg/Den Hamstraat is al zeer oud. Hier ligt al van oudsher een brug over de Vleuter  Wetering. Odenveld is een naam van een boerderij die uit het dorp verdween tijdens de ruilverkaveling.

Park Voorn: Oprijlaan naar ridderhofstad de Voorn. Van recenter datum als de ridderhofstad zelf. De oudste toegangsweg was vanuit het noorden, maar is verdwenen.

Parkweg: Onderdeel van de oude interlokale weg richting Harmelen. Tijdens de ruilverkaveling is de weg aan de westkant rechtgetrokken tot aan de Rijndijk. Vroeger boog de weg ter  hoogte van de Haarlaan af naar het zuidwesten en liep langs de Heycop. Bij de Wel kwamen de Heycop  en Bijleveld samen en liep de Parkweg (indertijd Kantonnale weg geheten)tussen deze waterlopen in. Vandaar ging men over de Kortjaksebrug en verder richting Harmelen.

Pastoor Ohllaan: Vormde voor de Tweede wereldoorlog een gedeelte van de Dorpsstraat. In de jaren ’50 is de straat vernoemd naar pastoor H.S. Ohl, die meer dan 40 jaar (1903-44) het pastoraat in Vleuten bekleedde.

Reyerscop: Ontginningsbasis van de cope-ontginning Reyerscop. De ligging is hier evenals de Heycopperkade sterk verstoord door aanleg van Rijksweg 12 (Utrecht-Rotterdam/Den Haag. Tevens is de weg verbreed.

Ringkade: De zuidzijde is de ontginningsbasis van de polder Heycop en heette vroeger Heycopperdijk. Alleen de oostkant hiervan heeft enige bebouwing, waarschijnlijk als gevolg van de lage ligging van de zuidwestkant van de polder.

Rijksstraatweg: Eind 18e, begin 19e eeuw liep de officiële weg van Woerden naar Utrecht van de grens van Zuid Holland tot aan de Heldam ten zuiden van de Leidse Rijn; van de Heldam tot de Stadsdam ten noorden; en van de Stadsdam tot aan Utrecht weer ten zuiden van de Leidse Rijn. Vanaf 1827 wordt de weg Utrecht-Bodegraven geheel doorgetrokken ten zuiden van de Leidse Rijn bestraat. Dit is het ontstaan van de Rijksstraatweg, die voordien slechts een zandpad met jaagpad was. Vóór 1950was de enige bestrate weg in Vleuten –De Meern m.u.v. een klein stukje Zandweg in het dorp De Meern. De overige wegen waren grind- of zandwegen.

Rijndijk: Vroeger ook wel Haardijk genoemd. Scheidingsdijk tussen polder Lage Haar in het westen n de Hooge Haar in het oosten. Tijdens de ruilverkaveling is de weg doorgetrokken tot aan de Parkweg en nam de Rijndijk de rol van de verbindingsweg met Vleuten over van de Haarlaan.

Schoolstraat: Vroeger Groeneweg en ook wel Kerkweg genoemd. Van zeer oude oorsprong.

’t Spijck: Wordt al genoemd op de kaart van Bernhard de Roy uit 1696. Toegangsweg naar de niet meer bestaande boerderij ’t Spijck.

Stationsstraat: Het tracé van deze weg is al zeer oud en is op de 17e eeuwse kaart al terug te vinden. De Stationsstraat was een gedeelte van de vroegere Krogtdijk, een oude Rijndijk. Tot 1900 stond hier slechts een klein aantal huizen, waaronder de boerderij “Dakveld” (Stationsstraat 11). Na de eeuwwisseling werden hier veel woningen en winkels gebouwd en voor de Tweede wereldoorlog was de Stationsstraat een mooie laan met aan weerszijden hoge bomen.

Strijkviertel: Deze weg wordt met deze naam vermeld op de kaart van Bernhard de Roy. Oude verbindingsweg mat de polder Heycop. De Strijkviertel was een smal pad met populieren. Tegenwoordig herinnert niets meer aan het verleden en is de Strijkviertel het middelpunt van een bedrijfsterrein. Aan de Oostkant ligt een waterplas, ontstaan door zandafgraving te behoeve van de aanlag van de Rijksweg 12.

Thematerkade: Scheidingskade tussen de ontginning de Hooge Haar en de polder Haarrijn.

Thematerweg: Vroeger ook wel Thematerdijk genoemd. Ontginningsbasis van de restontginning Haarrijn, daterend uit de 12e eeuw. Het gedeelte ten oosten van de Schoolstraat (de Smalle Themaat) is nog gaaf. Het oude profiel is hier nog aanwezig en de bomenrijen aan beide zijden (wilgen en populieren). Ten westen van de Schoolstraat is de weg sterk verbreed.

Utrechtseweg: Zeer oude interlokale weg, verbinding met Utrecht. Op de kaart uit 1862 Vleutenscheweg genoemd. Vlakbij de dorpskern van Vleuten stond tot 1920 een tolhek, op de plaats waar nu restaurant de Tol is gevestigd.

Westlandse Tuin: Op de kaart van 1962 staat een verbindingspad aangegeven tussen de Alendorperweg en ’t Zand. Hiervan is nog een gedeelte over, nl. het pad naast de boerderijn “Alendorp” en het gedeelte dat nu Westlandse Tuin heet. Deze naam bestaat sinds het begin van deze eeuw. De Westlandse Tuin werd onder de naam Ida Maria State gesticht door dokter van Dugteren uit Rotterdam. Het is het oudste tuinbouwgebiedje van Vleuten, dat naar Westlands model moest functioneren.

Wilhelminalaan: Gedeelte van de vroegere Krogtdijk, de verbindingsweg met De Meern. Sterk verbreed.

Woerdlaan: Zie ’t Zand

’t Zand: Zeer oude weg. Mogelijk zelfs van Romeinse oorsprong, als verbindingsweg met het castellum en de nederzetting bij de Rijn aan ’t Zand. De naam geeft de bodemgesteldheid ter plekke op de stroomrug aan. ’t Zand liep door tot het dorp De Meern. Het zuidelijk gedeelte heet sinds de jaren 60, toen de Castellumlaan werd aangelegd, Woerdlaan.

Zandweg: In de 17e eeuw heeft men, op kosten van de staten van Utrecht, een zand- en jaagpad aangelegd langs “den Leytse Vaert” (verbinding Utrecht-Leiden). Zeer waarschijnlijk lag er toendertijd al een zandpad al een zandpad langs de Leidse Rijn.

WEGEN ZONDER NAAM

De Zandweg naast boerderij Polderweg nr. 4 Vroeger heette dit pad de Westdijk, die doorliep tot aan de Thematerkade. De Westdijk vormde de noordgrens van de polder de Hooge Haar.

Toegangspad naar boerderij de Hoge Ham (Parkweg 26).

Toegangspad naar Himsmade (Hof ter Weydeweg 9-10): Dit “toepad” is evenals de Enghlaan vorige eeuw doorsneden door de spoorlijn Utrecht-Rotterdam.

Toegangspaden Kloosterpark 3 en Rijksstraatweg 127 en 130 (Nijevelt): Deze boerderijen staan niet aan de Rijksstraatweg, maar zijn gebouwd op de Heldammer stroomrug. De voorgangers van deze boerderijen dateren waarschijnlijk uit de middeleeuwen, evenals ridderhofstad Nijevelt.

Historische structuren

WATERLOPEN

Achtkant Molenvliet: Oorspronkelijk vormde deze waterloop een gedeelte van de Heycop. De afwatering hier in de polders Heycop en Oudenrijn vond de eerste eeuwen na 1385 (aanvangsjaar van het graven v.d. Heycop) op natuurlijke wijze plaats. Door de geleidelijke daling van het maaiveld moest men erin de 16e eeuw toe overgaan windwatermolens te bouwen, waarvan de Achtkanten of Rosweidse Molen er een was. In 1895 werd op de plaats van de in 183 afgebrande molen een stoomgemaal gebouwd. In 1953 ging men over op dieselbemaling en in 1970 volgde verbouwing tot het electrische gemaal “De Dompelaar”.

Alendorper Wetering: Restant van de Oude Rijn. Door de sterk meanderende karakter van deze rivier was deze rond het jaar 1000 al in hoge mate verland. Op de kaart is de vroegere loop van de Oude Rijn nog te herkennen; de verbinding met de huidige Vleutense Wetering liep via het zgn. Kraaienveld. Op de kaart is deze grotendeels verlande waterloop nog te traceren (Stippellijn).

Bijleveld: Gegraven omstreeks 1413 ten behoeve van de afwatering van de lage gronden ten zuiden van de Leidse Rijn, ten westen van de Meerndijk. De naam is afkomstig van het toen al bestaande gelijknamige gerecht. Bij het gedeelte tussen Harmelen en de Wel (bij Haarzuilens) werd gebruik gemaakt van de loop van de oude Rijn. Daarbij werd de oorspronkelijke stroomrichting van het water omgekeerd. Vanaf de Wel groef men een kanaal naar Kockengen en vanaf daar werd het water geleid naar de Amstel ten noorden van Uithoorn. Na de tweede wereldoorlog werd in de gemeente Vleuten-De Meern het gedeelte vanaf de Wel in noordelijke richting gedempt.

Haarrijn: Deze waterloop, in het noorden van de gemeente, dateert van vóór 1310 en is gegraven ten behoeve van de afwatering van de landen van de Haar, Themaat en Ockhuizen. Ook hier gebeurde de afwatering eerst op “natuurlijke” wijze en ging men rond de 16 eeuw over op bemaling. In 1870 heeft men de drie molens vervangen door één stoomgemaal aan het eind van de Thematerkade. Op zijn beurt werd dit gemaal in 1950 vervangen door een electrisch gemaal. De Haarrijn watert af op de vecht ten zuiden van Breukelen.

Heycop: Gegraven rond 1385 ten behoeve van de afwatering van de landen ten zuiden van de Leidse rijn, ten oosten van de Meerndijk. De Heycop liep oorspronkelijk van de polder Heycop (“leghe van Heyencop”: het lage gedeelte van het gerecht Heycop) via de tegenwoordige Leidse Rijn tot de Heldam. Daar boog hij af naar het noorden, naar de Vleutense Oude Rijn. In dit gedeelte maakte men gebruik van enkele bestaande kavelsloten van de polder Vleuterweide. Bij de Ham werd een dam aangelegd en vanaf daar werd de loop van de Oude Rijn gevolgd tot aan de Wel. Vanaf de Wel liep de Heycop evenwijdig aan de Bijleveld naar Kockengen, om vanaf daar naar de vecht in het oosten af te buigen. Na de Tweede Wereldoorlog zijn de Heycop en de Bijleveld nabij de Wel met elkaar in verbinding gebracht en is het gedeelte in de gemeente, ten noorden van de Wel, gedempt.

Lange Vliet: Vormde het meest zuidelijke deel van de Heycop, die ook wel in zijn geheel lange Vliet werd genoemd. Westelijk grens van de polder Heycop, gelegen naast de Ringkade.

Leidse Rijn: De oorsprong van de Leidse Rijn in de gemeente Vleuten-De Meern ligt in de tijd van de grote ontginningen (ca. 13e eeuw). De blokken Oudenrijn, Veldhuizen, Bijleveld (het oostelijke gedeelte) en de Harmelerwaard moeten zijn opengelegd vanuit een gemeenschappelijke ontginningsbasis, die ten zuid oosten van Voorn bij de Taatschedijk (oostgrens polder Oudenrijn) begon en in Harmelen eindigde. De huidige Leidse Rijn volgt het tracé van deze wetering. Bij Harmelen mondt de Leidse rijn uit in de Oude Rijn. In 1413 wordt ter hoogte van de Heycop een dam gemaakt om het waterschap “De lange Vliet” te behoeden voor watergebrek in de polder. Deze Heldam is in 1643 vervangen door een sluis. Het gedeelte van de Leidse Rijn dat loopt van de Taatschedijk tot Oog in Al in Utrecht is gegraven in de 16e eeuw. De Stadsdam dateert uit dezelfde tijd en wordt eveneens in 1640 vervangen door een sluis. Het onderhoud hiervan valt onder de verantwoordelijkheid van de stad Utrecht. Het laatste gedeelte van de Leidse Rijn is gegraven in de tweede helft van de 17e eeuw, lopend van de Smakkelaarsbrug in de stad Utrecht tot Oog in Al. Vanaf deze tijd speelde de Leidse Rijn een belangrijke rol in het goederen- en personenvervoer met de trekschuit tussen Utrecht en Leiden (“de Leytse Trekvaert”). In 1951 werd de Sluis aan de Stadsdam vervangen door een brug en in 1960 werd de Heldamsluis verwijderd.

Middelwetering polder Heycop: Het oostelijke gedeelte tot aan de Taatsche dijk is verdwenen door de aanlag van Rijksweg A2 Utrecht-Den Bosch.

Middelwetering polder Reyerscop: Slechts een klein gedeelte hiervan ligt in de gemeente Vleuten-De Meern, het overige deel in Harmelen.

Middelwetering polder Vleuterweide: Mogelijk van natuurlijke oorsprong. Op de 17e eeuwse kaart van de Roy aangeduid als de Grippel. Liep destijds door tot in de Heycop.

Molenvliet polder Vleuterweide: Gegraven ten behoeve van de afwatering van deze polder. De Molenvliet waterde vroeger uit op de Vleutense Wetering. Tegenwoordig heeft de situatie zich sterk gewijzigd door de uitbreiding van het dorp Vleuten. De in 1654 gebouwde watermolen is verdwenen. Alleen het molenaarshuis (Vleuterweideweg 37) is nog aanwezig.

Omgrachting Haarzuilens: Dorpsgracht om het nieuwe dorp Haarzuilens, daterend uit ca. 1896.

Reyercopse Wetering: Ontginningsbasis van de polder Reyerscop.

Vleutense Wetering: Restant van de Oude Rijn. De Oude Rijn was een brede rivier, die komend uit de richting van Utrecht zich ten oosten van De Meern in twee takken verdeelde. De ene tak was de Heldammer Stroom, met een relatief smalle bedding, die zich ten oosten van Harmelen weer bij de hoofdstroom, de Oude Rijn, voegde. De andere tak liep van de noordwaarts, de loop volgend van de huidige Vleutense Wetering. Door het sterk meanderende karakter van de rivier, was de Oude Rijn rond het jaar 1000 al sterk verland. In 1122 volgde de nekslag, toen de Kromme Rijn bij Wijk bij Duurstede werd afgedamd. Vanaf de late middeleeuwen is de Oude Rijn niet meer dan een smal stroompje. De Alendorper en Vleutense Wetering hebben beiden een eigen afvoerleiding naar de Engh, waar een verbinding bestond met de Proostwetering, die een functie had met betrekking tot de afwatering van de hoge gronden. De waterweg vanaf de Alendorper Wetering is verdwenen. De andere is nog aanwezig en stoomt van “het huis te Vleuten” naar de Engh. Vroeger heette deze waterloop “het Leywerk”, nu ook Vleutense Wetering. Waarschijnlijk heeft deze waterloop een natuurlijke oorsprong. Na de Tweede Wereldoorlog is het gedeelte van de Vleutense Watering rondom de Hamtoren gedempt. Hierbij verdween ook het Hamsluisje. De Vleutense Wetering heeft nu alleen nog via rioolbuizen en duikers een verbinding met de Heycop.

IJlandsche Wetering: Ontginningsbasis van de polder Heycop. De situatie is hier nogal verstoord door de verandering van de waterstaatkundige situatie in de polder. Vroeger liep de Wetering door tot de Taatschedijk.

D. BIJZONDERE ELEMENTEN

Wiel aan de Meerndijk: Ontstaan na de doorbraak in de Meerndijk in 1747. Deze doorbraak was het gevolg van een verzakking in de Lekdijk bij Wijk bij Duurstede, waardoor een groot gedeelte van de provincie Utrecht onder water kwam te staan.

Eendenkooi polder Haarrijn: Deze eendenkooi dateert uit de 18e eeuw en is eigendom van baron Van Zuylen van Nijevelt. Rondom de eendenkooi vindt men geriefbos.

Voormalige eendenkooi en geriefbosje in de polder Heycop: Restant van de 17e eeuwse eendenkooi. Deze lagen in verband met de geluidsoverlast altijd op enige afstand van het dorp.

 

Bron: Inventarisatie historische bebouwing Gemeente Vleuten – De Meern (1989)