September-nummer van “Rond Leidsche Rijn en Vleutensche Wetering”

Vanaf donderdag 28 september zal het september-nummer van ons tijdschrift, “Rond Leidsche Rijn en Vleutensche Wetering” weer verspreid worden onder onze leden.

september-nummer
september-nummer

Dit nummer bevat weer tal van interessante artikelen waaronder:

  • “Sjezen van de hocht”, het eerste deel van een reeks genaamd “Herinneringen aan de Groenedijk” door Afiena van IJken
  • “Lies Staal: opgroeien in Vleuten tussen twee wereldoorlogen” door Ria Gresnigt
  • “Boerderij De Hoef: oude pracht tussen Utrechtse nieuwbouw” door Ingrid Horst

Verder uiteraard weer onze vaste rubrieken en columns.

“Sjezen van de hocht”, het eerste deel van een reeks genaamd “Herinneringen aan de Groenedijk”, door Afiena van IJken

De Groenedijk, vroeger ook wel aangeduid als de Heereweg is twee kilometer lang. Ben van Rooijen (De Meern, 1953) is de enige Van Rooijen die in Groenedijk 5 geboren is. Zijn geboortehuis staat er nog steeds, nu tussen Plattelandswinkel Goes en Castellum Hoge Woerd.

Van Rooijens grootouders lieten het huis bouwen in 1926, toen nog Groenedijk B64. Bens vader, ook Ben van Rooijen (Vleuten, 1912), groeide op aan de Groenedijk en had zijn oog laten vallen op het overbuurmeisje Lies Meyer van nummer 4. Zij was in de crisisjaren op 17-jarige leeftijd van Osnabrück naar Utrecht gekomen voor werk en maakte zich snel de Nederlandse taal eigen. Nadat Ben via broer Jo had gevraagd of hij een stukje met Lies kon meefietsen was het aan. Zij trouwden in de kerk die nu de Metaalkathedraal is (deze heette destijds de O.L.V. Hemelvaart te Oudenrijn).Zij stichtten een gezin. In de oorlog kwam de handelsgeest van vader Ben naar voren. Hij verkocht dode katten voor hazen. Niemand die er wat van gemerkt heeft. In 1949 betrokken Ben en Lies met hun kinderen het ouderlijk huis en de aanpandige houten woning, Groenedijk 7, was voor oma. Ben senior fokte later achter nummer 7 kuikens. “Eens, bij een stroomstoring, waren alle lampen uitgevallen en troffen we de kuikentjes dood aan.” Lees verder in het september-nummer.

“Lies Staal: opgroeien in Vleuten tussen twee wereldoorlogen” door Ria Gresnigt

De smederij in 1920 met opa Staal en ome Jan de Grauw
De smederij in 1920 met opa Staal en ome Jan de Grauw

 

Vleuten 1917 –  een slaperig boerendorpje aan de westkant van Utrecht. Er wonen pakweg tweeduizend mensen, voornamelijk boeren met een gemengd bedrijf: een weiland met koeien, wat bouwland, een boomgaard, varkens, kippen en een moestuin voor eigen gebruik. Sinds een paar jaar wonen er ook enkele tuinders. Op straat lopen de dorpelingen met een handkar, of ze rijden met een hondenkar of met paard en wagen. Ze groeten elkaar en maken een praatje. Slechts een paar keer per dag komt er een automobiel door het dorp, een voertuig dat twintig jaar eerder geïntroduceerd is in Nederland. De welgestelde familie Van Bijlevelt heeft een eigen auto, natuurlijk met chauffeur want autorijden is een specialisme. Als de auto buiten staat, trekt die veel bekijks en niet alleen van de kinderen van het dorp. Die kinderen moeten nu opletten wanneer ze op straat spelen, want auto’s hebben een gevaarlijke snelheid. Om te voorkomen dat spelende kinderen zomaar de straat oprennen, heeft het gemeentebestuur vijf jaar geleden een hek om de school laten plaatsen. Een dorp in de buurt, Veldhuizen, heeft om veiligheidsredenen de maximumsnelheid in de bebouwde kom verlaagd van 20 naar 16 kilometer per uur.  Lees verder in het september-nummer.

“Boerderij De Hoef: oude pracht tussen Utrechtse nieuwbouw” door Ingrid Horst

Een verstild landschap met hier en daar groepjes koeien, landweggetjes en een paar boerderijen: zo zag het gebied ten westen van Utrecht er eind 19e eeuw uit. Een van die boerderijen was Hoeve Molensteijn aan de Rijksstraatweg in de toenmalige gemeente Oudenrijn, bewoond door de familie Uiterwaal. De familie bestond uit vader, moeder en hun twee kinderen Kobus en Kee. In het gebied De Hoge Weide woonden de grootouders van Kobus en Kee in hun boerderij op de plaats waar nu De Hoef staat.

Rond 1885 overleden de ouders, waardoor Kobus en Kee bij hun grootouders in hun boerderij gingen wonen. Dat was een goede oplossing: de grootouders waren al op leeftijd en konden best wat hulp gebruiken. Grootvader overleed al in 1886 en grootmoeder in 1899. Omdat zij 14 kinderen hadden moest de boerderij worden verkocht en de boedel verdeeld. Op de verkoping was ook grootgrondbezitter H.A. van Beuningen. De familie van Beuningen was bekend met de boerderij: twee zoons wilden boer worden en van Beuningen liet ze op de boerderij praktijkervaring opdoen. Lees verder in het september-nummer.

U kunt het tijdschrift via deze link bestellen of op maandag- of dinsdagmiddag kopen in ons documentatiecentrum.

 

 

Geef een reactie