Romeinse tijd

De Romeinse tijd

Rond 50 na Chr. bouwden de Romeinen een grensfort (castellum) aan een zijtak van de Rijn, in het gebied dat nu de Hoge Woerd in de Meern heet. Het bleef tot 270 na Chr. in gebruik. Het eerste fort was gemaakt van hout. Later bouwden de Romeinen een stenen versie. Op deze plek waren ongeveer 300 man gelegerd. Eén groep hiervan is preciezer bekend door de vondst van dakpannen, die de soldaten zelf ter plaatse maakten. Dankzij afkortingen en nummers die tijdens de fabricage in de dakpannen werden gestempeld, is bekend dat het fort aan het einde van de eerste eeuw de thuisbasis was van het ‘eerste vlootcohort’. Buiten het fort lag een civiele nederzetting (de vicus) en een badhuis (thermen). De grensweg (Limes) naar het fort van Woerden lag op de oever van een zuidelijke Rijnvertakking. Langs deze weg bouwden de Romeinen wachttorens, bruggen en kadewerken. Er waren minstens vier houten wachttorens in Leidsche Rijn, waarvan de Romeinen er in ieder geval één in steen herbouwden.

Overzicht van de vondsten in ons gebied
Overzicht van de vondsten in ons gebied

De Hoge Woerd staat al sinds de zestiende eeuw bekend als vindplaats van Romeinse resten. Vanaf 1940 hebben archeologen opgravingen verricht, zowel binnen als buiten het grensfort. Ten noorden van het legerkamp vonden archeologen de resten van een badhuis. In 1982 en 1983 vinden ze onder meer de weg tussen het hoofdgebouw van het legerkamp (de principia) en de noordpoort en fundamenten van een zuilengalerij. Sinds de jaren negentig is de globale omvang van het grensfort en van het hoofdgebouw (principia) bekend.

De Romeinse weg en een van de gevonden boten
De Romeinse weg en een van de gevonden boten

Vanaf 1997 wordt archeologisch onderzoek verricht in Leidsche Rijn, een grootschalige VINEX-locatie. In 1997, toevallig het Utrechtse Romeinenjaar, vonden archeologen op één dag een stuk van de grensweg en een schip. In mei 2003 is dit schip, De Meern 1, daadwerkelijk opgegraven. In juni 2003 wordt een tweede schip ontdekt. In de wijken Veldhuizen, de Balije en Vleuterweide ontdekken de archeologen maar liefst vier wachttorens, waarvan er één op een later moment in steen is herbouwd. Het was een spectaculaire vondst: voor het eerst kon worden aangetoond dat de Romeinen ook aaneengesloten reeksen van wachttorens bouwden bij riviergrenzen zoals die in Nederland. Leidsche Rijn maakte ook voor het eerst een systematisch onderzoek mogelijk naar de omgeving van een grensfort. De wachttorens, kades en moerasbruggen die dit onderzoek opleverden, leidden tot belangrijke nieuwe inzichten in het Nederlandse deel van de Romeinse Limes. Zo bleek dat de grens heel intensief werd gebruikt. Niet alleen door militairen, maar ook door burgers en handelaren. Er was dus veel toezicht nodig. Om dit mogelijk te maken moesten er naast grensforten ook wachttorens komen. De Meern 1, de enige daadwerkelijk opgegraven boot, en vele andere vondsten, zijn inmiddels te bewonderen in Museum Hoge Woerd in De Meern.

Vanaf 2005 is de Limes – de 12 kilometer lange antieke grens dwars door de Utrechtse ‘ondergrond’ – in Leidsche Rijn in parken zichtbaar en
beleefbaar gemaakt door Projectbureau Leidsche Rijn. Bekijk daar één van de acht limespanelen in De Balije, Veldhuizen of Vleuterweide,
of bezoek ze alle acht. In de Balije en Vleuterweide staan de panelen naast de visualisaties van de Romeinse weg en wachttorens. Deze
‘grindweg’ volgend, loop je precies waar eens ook de Romeinse soldaten zelf over de limesweg marcheerden.

Lees meer over de Romeinse limes op: www.romeinselimes.nl/nl/romeinse-limes

Romeins Castellum Hoge Woerd  

De Hoge Woerd is de aloude naam van een kunstmatige verhoging, waarin zich de resten van een Romeins fort (castellum) bevinden. Het maakte deel uit van een keten van ongeveer twintig versterkingen op de zuidoever van de Rijn, die hier tussen ca. 40 en 260 de grens (limes) van het Romeinse rijk bewaakten. Het fort was in feite een omwalde kazerne en mat ongeveer 85 bij 120 m. Het oudste castellum was gebouwd van hout en leem en had aarden wallen. In de loop van de tweede eeuw werden de belangrijkste gebouwen, zoals het hoofdkwartier en later ook de ringmuren, in steen herbouwd.

Maquette van het Romeinse badhuis bij het castellum
Maquette van het Romeinse badhuis bij het castellum

De bezetting van het castellum werd gevormd door een cohort van ca. 480 man. Deze hulptroepen werden gerekruteerd onder stammen in de randzones van het rijk. De soldaten deden 25 jaar dienst en kregen na ontslag het Romeinse burgerrecht. Op de plaats van dit informatiepaneel zijn in 1973 resten van barakken opgegraven. Deze waren onderverdeeld in units van ca. 16 m2, waarin telkens 6 tot 8 soldaten leefden.

Langs de uitvalswegen van het fort ontwikkelde zich een omvangrijke burgerlijke nederzetting (vicus). Hier woonden niet alleen handelaren, ambachtslieden en kroegbazen, maar ook de vrouwen en kinderen die de soldaten er inofficieel op na hielden. In de vicus stond ook het badhuis, dat op gezette tijden opengesteld was voor soldaten en de bewoners van het kampdorp. Buiten de nederzetting lagen omvangrijke grafvelden. Aan de westkant grensde het castellum aan een zijtak van de Rijn. Enkele kilometers westwaarts zijn hierlangs tussen 1998 en 2003 resten van wegen, kades, wachttorens en twee vrachtschepen gevonden.

In de vierde eeuw lijkt het castellum periodiek opnieuw bezet geweest door Romeinse huurlingen. Tussen ca. 500 en 700 herbergde de oude versterking waarschijnlijk krijgersgroepen die nauwe banden onderhielden met Frankische machtscentra in het zuiden. In de veertiende eeuw speelde de Hoge Woerd als strategische verhoging enkele malen een rol in de oorlogen tussen de bisschop van Utrecht en de graaf van Holland. Vanaf de zestiende eeuw staat het terrein bekend als vindplaats van Romeinse oudheden. Sinds 1940 hebben opgravingen geleidelijk de ligging van de Romeinse nederzetting opgehelderd.

De Romeinse wachttoren

Romeinse wachttoren
Romeinse wachttoren

Nadat in 2002 bij de bocht van de Oude Rijn de restanten van twee Romeinse wachttorens waren ontdekt, ontstond al snel het idee om een replica van een Romeinse wachttoren te bouwen. Langs de Zandweg in Vleuterweide waren op nagenoeg dezelfde locatie de restanten van twee Romeinse wachttorens gevonden. De oudste van de twee torens had vermoedelijk één verdieping. De andere toren was waarschijnlijk 10 meter hoog en had drie bouwlagen. Op de hoogste verdieping van deze toren was rondom een balustrade aangebracht. Deze laatste toren is uiteindelijk nagebouwd op de Hoge Woerd.

Kort na het begin van onze jaartelling waren aan de overkant van de Rijn op veel plaatsen eindeloze veengebieden van waaruit weinig vijandelijke bewegingen konden komen. De wachttorens die opgegraven zijn, waren dan ook met name belangrijk voor de bewaking van de Romeinse schepen die over de Rijn voeren. Die hadden vaak kostbare ladingen graan of andere producten, waardoor het noodzakelijk was om ze tegen piraterij te beschermen. Onderzoekers hebben vastgesteld dat de verschillende torens waarschijnlijk zo opgesteld stonden zodat dat ze een gehele bocht van de Rijn konden overzien.

De wachttorens werden onderhouden en bemand vanuit het omliggende castellum. Per wachtperiode werden ca. 4 mannen naar een post gedetacheerd. Deze zaten daar dan vermoedelijk een paar dagen achtereen, kookten er hun eigen maaltijden en sliepen er ook. Bij veel torens bevond zich op de begane grond een haardplaats; zij waren ook uitgerust met een complete keukeninventaris. De torens waren omgeven door een palissade, waarschijnlijk opgevuld met grof vlechtwerk. Daarbuiten lag nog een ca. 85 cm. diepe V-vormige gracht, die deels met water gevuld moet zijn geweest en waarin aangepunte palen waren geplaatst.

Zie ook: Bouwgeschiedenisutrecht.nl