Lokale historie

De tijd van Kastelen en Ridderhofsteden

Uit de 12e tot de 19e eeuw zijn een aantal gebouwen bewaard gebleven. Van de verdwenen objecten is de locatie bekend en zijn tekeningen beschikbaar in ons documentatiecentrum. De bekendste (voormalige) kastelen en ridderhofsteden zijn: Kasteel Nijevelt, Huize Voorn, Huis Vleuten, Den Engh, De Grauwaert, en Den Ham. In de loop der jaren heeft de Historische Vereniging – i.s.m. de ANWB – borden laten plaatsen met een beschrijving van deze monumenten.

De zogenaamde ridderhofsteden hadden hun oorsprong in de middeleeuwen. De eerste keer dat het begrip ridderhofstad voorkomt is in het jaar 1512. In de zogenaamde Verbandbrief werd bepaald dat bezitters van een ridderhofstad ‘vrijdom’ van belasting van huisgeld en bieraccijns zouden genieten. In ruil hiervoor werd van de edelen verlangd dat zij de goederen en de onderzaten van de landsheer of leenheer zouden beschermen.

Kasteel Nijevelt

Kasteel Nijeveld
Kasteel Nijevelt

Omstreeks 1300 werd kasteel Nijevelt gebouwd. Het kasteel bestond aanvankelijk uit een twee of drie verdiepingen tellende bakstenen woontoren op een eiland. In 1356 werd het kasteel door de graaf van Holland Willem V na een wekenlange belegering verwoest. Kort daarop werd Nijevelt echter herbouwd door de toenmalige eigenaar Steven van Zuylen van Nijevelt. Hij liet als extra bescherming rondom het kasteel een stelsel van meerdere grachten aanleggen. Tussen 1580 en 1590 is het kasteel ingrijpend verbouwd door de nieuwe eigenaars Wilhelmina van Haaften en Walraven van Brederode. Net als Johan Wolfert van Brederode, die het kasteel daarna in bezit kreeg, behoorden zij tot de hoogste kringen binnen de Republiek. In de achttiende eeuw raakte het huis in verval. Wel zijn er nog omstreeks 1713 prachtige tuinontwerpen gemaakt door de beroemde tuinarchitect Daniël Marot. De toenmalige eigenaar Daniël de Milan Visconti heeft ze echter nooit laten uitvoeren. Rond 1800 is Nijevelt gesloopt. Sindsdien resteren nog twee kasteeleilandjes.

Kasteel Den Engh

Eén van de voormalige ridderhofsteden uit dit gebied is kasteel Den Engh. Kasteel Den Engh bevond zich ten oosten van Vleuten op een kruising van de Den Enghlaan en de smalle Themaat, op de plek waar zich nu restaurant DENGH bevind. De oudste gegevens over kasteel Den Engh dateren van 1260.

In 1896 werd het kasteel – wat toen waarschijnlijk nog in goede staat verkeerde – volledig gesloopt. De tuinen, bossen en lanen zijn in 1910 omgezet in landbouwgrond. Van het voormalige kasteelcomplex resteert nu alleen nog een omgracht eiland (hierop stond het kasteel), een 17e eeuwse dwarshuisboerderij en een 18e eeuws koetshuis, beide gelegen op de voormalige voorburcht (Enghlaan 17). Ook zijn er nog restanten van de omgrachting van deze voorburcht. Een ander element van het voormalige kasteelcomplex wordt gevormd door de Enghlaan, de voormalige oprijlaan vanaf de Utrechtseweg naar het kasteel.

Voor meer informatie over kasteel Den Engh, klikt u hier.

De 19e eeuw

Twee voorbeelden van bekende inwoners van ons gebied:

Kees Valkenstein: onderwijzer en veelzijdig kunstenaar.

De Aeroplaan van m'nheer Vliegenthert van Kees Valkenstein
De Aeroplaan van m’nheer Vliegenthert van Kees Valkenstein

 

Kees Valkenstein
Kees Valkenstein

   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Jac. Graafland: een fijn- en grof schilder

Schilderij van Jacques Graafland
Schilderij van Jacques Graafland

 

 

 

 

 

 

 

 

In 1811 werden uit de toenmalige gerechten Themaat, De Haar, Vleuten en De Meern, Oudenrhijn, Heijcop, Papendorp, Galekop, Veldhuizen, Reijerscop-Kreuningen en Reijerscop-St.Pieters vier (nu voormalige) gemeenten gevormd: Vleuten, Oudenrijn, Veldhuizen en Haarzuilens. Meer over de geschiedenis van deze gerechten vindt u in ons speciale dossier hierover.

Sluis aan de Stadsdam in de 19e eeuw
Sluis aan de Stadsdam in de 19e eeuw

 

Sluis aan de Heldam in de 19e eeuw
Sluis aan de Heldam in de 19e eeuw

In 1954 werd de gemeente Vleuten-De Meern gevormd uit de gemeenten Haarzuilens, Vleuten, Veldhuizen en Oudenrijn. De gemeente Vleuten omvatte op dat moment grotendeels het gebied ten noorden van de waterweg de Leidse Rijn. De gemeente Veldhuizen omvatte het gebied ten westen van de Meerndijk (de Achtkantenmolenvliet ) en ten zuiden van de Leidse Rijn. De gemeente Oudenrijn besloeg het gebied ten oosten van de Meerndijk (de Achtkantenmolenvliet) en ten zuiden van de Leidse Rijn. Het grondgebied van Oudenrijn strekte zich oostelijk uit tot en met de polder Papendorp (op de huidige plek van het gelijknamige bedrijventerrein). Naar aanleiding van de fusie van het grondgebied van de vier gemeenten tot één gemeente Vleuten-De Meern werd het oostelijk gedeelte van de gemeente Oudenrijn, waaronder Papendorp, ingelijfd bij de gemeenten Utrecht en Jutphaas. Een gedeelte van Veldhuizen en een klein stukje van Vleuten werden aan het grondgebied van Harmelen toegevoegd. De resterende delen van de gemeenten Veldhuizen, Oudenrijn en Vleuten werden met Haarzuilens samengevoegd tot de nieuwe gemeente Vleuten-De Meern.
Tegen de fusiegemeente Vleuten-De Meern bestond in de jaren voorafgaand aan de fusie veel weerstand, met name vanuit de (kleinere) gemeenten Veldhuizen en Oudenrijn. Vanuit een actiecomité werd destijds gepleit voor een ‘Rijngemeente De Meern’. Deze zou moeten bestaan uit de gemeenten Veldhuizen, Oudenrijn en een deel van Vleuten. Dit voorstel zou het uiteindelijk niet halen.

De 20e eeuw

Luchtfoto kassen Alendorp 1991
Luchtfoto kassen Alendorp 1991

Tuinbouw begin 20e eeuw

Het gebied rond Vleuten en De Meern is van oudsher agrarisch en kent tot de tweede helft van de twintigste eeuw nauwelijks industrie. Een grote stimulans voor de ontwikkeling van de Vleutense tuinbouw is de komst van tal van kwekers uit het Westland, die door de stadsuitbreiding van Den Haag moeten wijken. Aangemoedigd door de redelijke grondprijzen starten zij vooral langs de Alendorperweg, ’t Zand en de Utrechtseweg bedrijven die op Westlandse leest zijn geschoeid. Dat wil zeggen: zij kweken groente en fruit onder glas. Alendorp en ’t Zand zijn ideale locaties omdat hier oude vletsloten liggen, die nu gebruikt kunnen worden voor de afvoer van de tuinbouwproducten. In 1904 verschijnt de eerste kas. Later zullen er nog veel meer volgen (bron: ‘Van Vicus tot Vinex’). Voordat de gemeente Vleuten-De Meern werd opgeheven waren er in die gemeente tussen de 70 en 125 tuinbouwbedrijven gevestigd.

 

Over elke van bovenstaande perioden zijn documenten, tijdschriftartikelen en boeken aanwezig in het documentatiecentrum in de Broederschapshuisjes te Vleuten, het historisch archief van de vereniging. Het boek ‘Van Vicus tot Vinex‘ van Jan Jaap Luijt beschrijft het meest uitvoerig, en op een laagdrempelige manier geschreven, de geschiedenis van ons gebied.