Decembernummer van ‘Rond Leidsche Rijn en Vleutensche Wetering’

Donderdag 20 december zal alweer de vierde editie van dit jaar van “Rond Leidsche Rijn en Vleutensche Wetering” verspreid worden onder onze leden.

Voorpagina december 2018
Voorpagina december 2018

Deze editie bevat weer een groot aantal interessante artikelen waaronder:

  • ‘De Tiendweg’; een artikel uit onze serie over verdwenen straatnamen van C.W.M. Rasch
  • ‘Onderzoek naar de bouwhistorievan de Broederschapshuisjes in Vleuten, Dorpsstraat 1’ door J.A. van der Hoeve en V. Voorn-Verkleij
  • ‘De Tuinman van Spes Nostra’ door V. Voorn Verkleij


Verder uiteraard onze vaste columns en rubrieken.

De deadline voor het februarinummer is maandag 25 februari.


‘De Tiendweg’; door C.W.M. Rasch

In Nederland hebben veel wegen de naam Tiendweg. Het zijn wegen met een lange historie die teruggaat tot in de Middeleeuwen. Ze dateren uit de periode 1100 – 1500. Over de historische functie van tiendwegen is men lang van mening geweest dat deze wegen een functie hadden bij het innen van tienden, een belasting op de opbrengsten van het land. Tegenwoordig is men het er over eens dat tiendwegen een waterstaatkundige functie hebben gehad. Ze werden gebruikt voorde afvoer van water uit hoger gelegen land waarbij de weg als kade functioneerde.

In Vleuten liep de Tiendweg van boerderij Alendorp aan de Alendorperweg naar ’t Zand, vlakbij de Utrechtseweg, voorheen Vleutensedijk genoemd. Op de kadastrale atlas van 1832 staat deze weg duidelijk aangegeven. De Tiendweg was een zandweg van ruim een kilometer lang.  Lees verder in het decembernummer.

‘Onderzoek naar de bouwhistorie van de Broederschapshuisjes in Vleuten, Dorpsstraat 1’ door J.A. van der Hoeve en V. Voorn-Verkleij

Het documentatiecentrum van onze Vereniging, gelegen in de ‘Broederschapshuisjes’,wordt momenteel ingrijpend verbouwd. Omdat het een Rijksmonument betreft, is het enige jaren geleden uitvoerig onderzocht op bouwhistorische sporen. Hiervan is een uitgebreid verslag gemaakt dat wij graag in ons tijdschrift publiceren. Uitkomsten van dit onderzoek gaven ook aanleiding delen van het oorspronkelijke gebouw weer zichtbaar te maken voor het publiek.

De Historische Vereniging Vleuten, De Meern, Haarzuilens& Leidsche Rijn maakt sinds 1988 gebruik van de Broederschapshuisjes aan de Dorpsstraat 1 in Vleuten, waar het documentatiecentrum en een tentoonstellingsruimte zijn ondergebracht. De zolder wordt gebruikt voor opslagen archief.

Omdat de tentoonstellingsmogelijkheden in het gebouw zeer beperkt zijn, zijn ideeën en plannen ontwikkeld tot herinrichting van het gebouw. Daarbij was het van belang om meer inzicht te verkrijgen in de cultuurhistorische betekenis van dit Rijksmonument. Dat was aanleiding voor deze bouwhistorische verkenning met waardestelling, uitgevoerd op 26 september 2016 door J. van der Hoeve van de afdeling Erfgoed van de gemeente Utrecht.

Eigenaar van deze huisjes is de Broederschap van Onze Lieve Vrouw. Deze broederschap is in 1471 opgericht door de toenmalige pastoor van Vleuten, Aernt Jansz van der Bilt, die een aantal kasteel- en landheren uitnodigde om als broeders vreedzaam naast elkaar te leven. Daartoe werd de Broederschap van Onze Lieve Vrouw opgericht. De stichtingsbrief dateert van 22 april 1471 (Beloken Pasen oftewel de eerste zondag na Pasen). Op 7 maart 1568 (de eerste zondag in de vasten) is deze stichtingsbrief herbevestigd. Deze tweede stichtingsbrief is behouden en vormt nog steeds het fundament van de Broederschap. Lees verder in het decembernummer.

De Tuinman van Spes Nostra door Veronique Voorn-Verkleij

Dit jaar vertrokken vijf van de zeven laatste zusters van klooster Spes nostra naar Boxmeer. De kloosterorde, meestal in de volksmond de zusters van Heiligenstadt genoemd (naar de plaats waar ze vandaan kwamen) was in 1952 naar Vleuten gekomen. Het waren de zusters van de Orde van de Heilige Maria Magdalena Postel. Zij stichtten hier het bejaardenhuis Sint Jozef (nu Parkhof), een VGLO-school). Toen die werd opgeheven, kwamen hier de openbare Kees Valkensteinschool, de Lagere School, de Pastoor Ohlschool (nu de Willibrordschool) en een kleuterschool, het Kleuter Paradijs (nu onderdeel van de Willibrordschool). In 1960 kochten de zusters een flink stuk land waarop zij een kloostergebouw, Spes nostra (onze hoop), lieten bouwen. Het enorme terrein bestreek een gebied tussen de tuinen van de Prof. Bronckhorstlaan, de Rijnweidein de Tol (toen weiland) en het terrein van boerderij Alenvelt (nu het fietspad vanaf de rotonde bij de Tol, richting de Rijnweide). Om het enorme terrein te onderhouden namen ze een tuinman aan. De eerste tuinman, Jan de Rooij, heeft er maar kort gewerkt. De tweede, Anton van Overbeek, werkte er ongeveer veertig jaar. Zijn vrouw en zoon Walter vertellen hoe dat was. Lees verder in het decembernummer.



Geef een reactie