Woensdag 11 april: ‘Waarom wij wandelen’, een lezing door Flip van Doorn

Op woensdag 11 april organiseert de Historische Vereniging een lezing door Flip van Doorn over wandelingen rondom Haarzuilens.

Flip van Doorn
Flip van Doorn
Jacobus Craandijk
Jacobus Craandijk

Wandelen. Het klinkt zo vanzelfsprekend, maar we doen het nog niet zo lang. Tot diep in de negentiende eeuw was het een elitaire bezigheid. Dankzij de wandelverslagen van dominee Jacobus Craandijk maakte ook de rest van Nederland kennis met deze vorm van vrijetijdsbesteding. In zijn boek De eerste wandelaar vertelt Flip van Doorn het verhaal van Craandijk en van zijn tijd, van de ontdekking van het belang van natuurbehoud en monumentenzorg, de opkomst van nieuwe vervoermiddelen en van het toerisme. De lezing Waarom wij wandelen sluit aan bij het boek. Van Doorn diept de thema’s verder uit en gaat met zijn publiek het gesprek aan over onze diepste drijfveren. Wandelen blijkt veel meer dan alleen een plezierig tijdverdrijf. 

Flip van Doorn (1967) is wandelaar, ontdekkingsreiziger in Nederland, maar bovenal schrijver. Hij publiceert onder andere in Trouw en Algemeen Dagblad. Van zijn gids Nederland – 1000 plekken die je écht gezien moet hebben werden 30.000 exemplaren verkocht. Vorig jaar verscheen zijn nieuwste boek, De eerste wandelaar. Hierin beschrijft hij de opkomst van het wandeltoerisme in Nederland en de belangrijke rol die zijn verre oudoom Jacobus Craandijk daarin speelde. Kijk voor meer informatie op www.jacobuscraandijk.nl

De lezing zal plaatsvinden in Het Wapen van Haarzuylen, Brink 2, 3455 SE Haarzuilens. Aanvang: 20:00 uur. Zaal open om 19:30 uur.

Boek 'De eerste wandelaar'
Boek ‘De eerste wandelaar’

Kosten €5,- per persoon. Leden €2,50- korting. Graag vooraf opgeven activiteiten@histvervdmh.nl

Informatie: Wim de Vrankrijker, (activiteiten HV) 06-5424.2160

Nieuw ANWB-informatiebord Park Grauwaert

informatiebord De Grauwaert
informatiebord De Grauwaert

Deze week werd het ANWB informatiebord over Park Grauwaert vervangen. Het bord dat zich bevindt op de grens van de buurten Het Zand en Grauwaart, ter hoogte van de Rijnkennemerlaan Zuid, was vorig jaar beschadigd geraakt. Dit ANWB informatiepaneel maakt deel uit van een groot aantal tekstborden en informatieborden die in de loop der jaren is geplaatst in ons gebied.

Met financiële hulp van de ANWB is deze week een nieuw bord geplaatst.

ANWB logo
ANWB

Maartnummer van ‘Rond Leidsche Rijn en Vleutensche Wetering’

Vanaf donderdag 22 maart zal het maartnummer van ons tijdschrift, “Rond Leidsche Rijn en Vleutensche Wetering” weer verspreid worden onder onze leden.

Hist Ver tijdschrift mrt 2018 voorpag
Hist Ver tijdschrift mrt 2018 voorpag

Deze editie bevat weer een groot aantal interessante artikelen waaronder:

  • “Gemeenteverkiezingen in Vleuten De Meern”, door Arthur van der Leij
  • “Een Vleutenaar en de watersnoodramp van 1953″ door Arthur van der Leij
  • “Van: De Lage Hoeve naar: Geertjeshoeve  (1)” door Margreet Staal-Spekman

Verder uiteraard weer onze vaste rubrieken en columns.

“Gemeenteverkiezingen in Vleuten De Meern”, door Arthur van der Leij

In de periode van 1978 tot 2000 werd de gemeente Vleuten-De Meern waar Haarzuilens deel van uitmaakt (VDMH) van een rustige, agrarische gemeente tot speelbal van de landelijke politiek. In eerste instantie ging de lokale politiek uit van een getemperde woningbouw in de gemeente, die varieerde van 3.000 tot 31.000 woningen over de periode tot 2005. De minimale variant was de politiek van een nieuwe partij, Burger en Gemeenschap (B&G). De grotere omvang was de doelstelling van de traditionele partijen. Geleidelijk ging de invloed van de woningbouwpolitiek van de gemeente Utrecht een rol spelen. Die gemeente had het oog laten vallen op het gebied ten westen van de stad tussen de A-2 en ‘t Zand, teneinde een oplossing te vinden voor de toenemende woningnood in de gemeente Utrecht.

Daartoe zou het kassengebied en de veiling moeten wijken. Dat maakte veel los bij de belangengroep voor de kassentuinbouw. Een eerste oplossing werd gezien in verplaatsing naar de Harmelerwaard. Harmelen was tegen deze plannen. Een belangrijk aspect in de discussie vormde de financiering, waarvan de kosten werden begroot op 100 tot 500 miljoen gulden. Voorstanders van autonomie van zowel Vleuten-De Meern als Harmelen, dachten uit die enorme bedragen een belangrijke bescherming te kunnen afleiden tegen de Utrechtse plannen. Lees verder in het maartnummer.

“Een Vleutenaar en de watersnoodramp van 1953″ door Arthur van der Leij

Radionieuwsdienst van 1 februari 1953 om 09.30 uur verzorgd door het ANP: …….“In verband met de waternoodramp gelast de Chef Generale Staf alle beroeps, reserve en dienstplichtig personeel onmiddellijk naar hun garnizoen terug te keren……..”  

Het is dit jaar 65 jaar geleden dat de watersnoodramp plaatsvond. Deze ramp in februari 1953 vormde de aanleiding voor de Deltawerken. Dit plan van zeedijkversterking had ten doel om te voorkomen, dat deze ramp waarbij meer dan 1800 mensen het leven verloren, zich in de toekomst zou herhalen. Daarnaast was de economische schade in de vorm van onbewoonbare huizen, ongeschikte landbouwgrond en verwoeste infrastructuur enorm. De eerste schatting van omgerekend drie miljard euro herstelschade door het toenmalige Kabinet bleek nog maar een druppel op de gloeiende plaat. Uiteindelijk zijn bedragen voor totale kosten genoemd van duizend miljard euro. Hoewel de ramp gevolgen had voor heel Zuidwest Nederland zal in dit artikel de aandacht gericht zijn op de provincie Zeeland en West-Brabant.

De weersberichten van zaterdag 31 januari 1953 voorspelden een zware Noordwester storm. Het KNMI waarschuwde dan ook voor de stuwing van water vanuit het Noorden van de Noordzee, richting Calais. Wat niet meteen doordrong was, dat er gelijktijdig sprake was van springvloed. Deze combinatie werd de dijken noodlottig. De dijken, die juist hersteld waren van de oorlogsschade die in 1945 was ontstaan, waren niet op deze situatie berekend. Lees verder in het maartnummer.

Van: De Lage Hoeve naar: Geertjeshoeve  (1)” door Margreet Staal-Spekman

Vraag je aan iemand die ooit over de Thematerweg richting Haarzuilens ging: “Wat was langs die weg het mooiste?” Dan verschilt het antwoord per seizoen. Was het herfst, dan zullen het de bomen zijn, in herfstkleuren. In de lente is het een boomgaard vol  bloesempracht of een voorjaarswei, compleet met lammetjes. Maar wat een pracht biedt een wintertafreel, als de hele omgeving rust onder een deken van sneeuw! Dat kan de voorbijganger een ongekend geluksgevoel geven. Eens bij een gezinsuitje zagen wij een moedereend. Zij leek op onze komst te hebben gewacht om waggelend over te steken; trots op haar zes eendenkuikens.

Dit verhaaltje maakt duidelijk dat Themaat ons ieder seizoen een ander gezicht laat zien. Er is echter één beeld dat onveranderd in ieders geheugen staat gegrift, dat volgens velen niet  kon veranderen, of het lente, zomer, herfst of winter was: dat is die boerderij, Thematerweg 5, die met dat witte paard op de staldeuren: De Lage Hoeve.

Dit artikel zal niet gaan over het paard dat van die staldeuren verdween; het kan zo weer op de deuren verschijnen. Verder kan het – misschien later – over de naamsverandering gaan; daar is een reden voor. In dit artikel wordt iets verteld over de geschiedenis van het land, over het vee, de gebouwen en over de mensen die er woonden. Verder zal het gaan over hoe – ook hier – de laatste boer, Pieter Lam, verdween in 2001. Lees verder in het maartnummer.

 

 

Activiteiten in het Europees jaar van het Cultureel Erfgoed

2018 is door het Europees Parlement uitgeroepen tot Europees jaar van Het Cultureel Erfgoed. Op deze website vindt u alles over de invulling van dit jaar. Onder het motto ‘Erfgoed verbindt, Europa inspireert’ openen in 2018 allerlei organisaties in Nederland hun deuren met activiteiten die de verbinding met Europa zichtbaar maken. Gedurende het themajaar wordt maandelijks een erfgoedthema in de schijnwerpers gezet, waarin de relatie tussen Nederland en Europa specifiek tot uitdrukking komt. In maart is dit ‘Water’. Voor een overzicht van alle activiteiten klikt u hier.

Publieksdagen opgravingen Haarzicht 19 tm 27 mei.

Het gebied ten noordwesten van Vleuten kent een lang en rijk, zij het wat verborgen verleden. Het gaat hier om een relatief oud deel van de stroomgordel van de Rijn, dat later niet meer door verleggingen van de rivier is ‘omgewerkt’. Ook is in het gebied tussen Vleuten en Haarzuilens maar weinig aangetast door het afgraven (‘afvletten’) van kleigrond ten behoeve van de dankpan- en baksteenindustrie, die in de vroeg-moderne tijd vooral rond Maarssen en Woerden floreerde. De hoge verwachtingen werden bevestigd door een archeologische kartering in de jaren 1994-1995, grotendeels uitgevoerd door vrijwilligers, o.a. van de Historische Vereniging. Vooral de percelen rond het Haarpad en de Joostenlaan zijn toen uitgekamd. Dit resulteerde in enkele tientallen nieuwe vindplaatsen met name uit de Late IJzertijd, Romeinse tijd en Vroege Middeleeuwen.

© Landschap Erfgoed Utrecht. Een impressie van het onderzoek door middel van proefsleuven door RAAP in 2008. Op de achtergrond het Bosje van Goes.
© Landschap Erfgoed Utrecht. Een impressie van het onderzoek door middel van proefsleuven door RAAP in 2008. Op de achtergrond het Bosje van Goes.

Het gebied van de toekomstige bouwlocatie Haarzicht bleef toen grotendeels buiten beeld, ook omdat deze voornamelijk bestond uit grasland, waar oppervlaktekartering uiteraard veel beperkingen kent. Daarom gaf de ontwikkelaar, Grondbank Haarzicht, in 2007 opdracht tot een verkennend booronderzoek uitgevoerd door archeologisch adviesbureau RAAP. Het jaar erop werden over de aangeboorde vindplaatsen proefsleuven aangelegd, om nader te onderzoeken wat de omvang, aard, ouderdom en kwaliteit van de bewoningsresten was. Het bleek te gaan nederzettingen uit de IJzertijd (800 vC – begin van de jaartelling) en de Romeinse tijd, vermoedelijk bestaande uit één of twee boerderijen, die op steeds wisselende plaatsen in het landschap werden herbouwd. Ook in de Vroege Middeleeuwen (c. 500-800) bleek er in Haarzicht te zijn gewoond. Het lijkt erop dat de bewoning in alle fasen gelegen was aan restgeulen van oude takken van de Rijn. Zo blijkt de ‘Sloot van Themaat’, die schuin door het gebied loopt, een overblijfsel te zijn van een crevasse- of overloopgeul die aan het begin van de Vroege Middeleeuwen is ontstaan.

 

© afd. Erfgoed gemeente Utrecht. Luchtfoto van de huidige situatie van Haarzicht vanuit het zuidoosten.
© afd. Erfgoed gemeente Utrecht. Luchtfoto van de huidige situatie van Haarzicht vanuit het zuidoosten. Niets verraadt dat een groot deel van het terrein op de voorgrond bezaaid is met archeologische resten. De schuine sloot wat meer op de achtergrond, die langs het Bosje van Goes loopt is de Sloot van Themaat, waaronder een oude rivierbedding schuilgaat.

De ontwikkelaar van het gebied, de Grondbank Haarzicht, heeft zich ingespannen om zoveel mogelijk van de archeologische resten onaangeroerd in de bodem te bewaren voor toekomstige generaties van onderzoekers. Voor een deel is dat gebeurd door de uit te geven kavels op te hogen zodat de woningen zonder schade aan het bodemarchief kunnen worden gebouwd. Voor een deel ook zijn de resten ingepast in een wijkpark dat opgehangen is aan de Sloot van Themaat en waarin de oude rivierloop herkenbaar zal terugkeren in de parkaanleg. De delen die niet konden worden ingepast, vooral de toekomstige straten met riool- en andere nutsleidingen, zullen in de komende maanden worden onderzocht door de afdeling Erfgoed van de gemeente Utrecht. Naar verwachting zullen hierbij sporen uit alle fasen van de ruim 1000-jarige bewoning van dit gebied worden aangetroffen.

 

De eerste resultaten van het onderzoek zullen worden gepresenteerd tijdens de educatie en de publieksdagen 19 t/m 27 mei. Meer hierover in de nieuwsbrief en het tijdschrift van de Historische Vereniging.

Erik Graafstal